Speelbal van de geschiedenis
Niemand kan los van de tijd waarin hij leeft volledig zijn gang gaan. Maar soms gaat de geschiedenis wel schokkend aan de haal met het leven van ploeterende individuen. Het verhaal van de beeldhouwer en schilder Hermann Glöckner (1889-1987) gaat over zo’n leven. De golven van de tijd lieten hem regelmatig kopje onder gaan, maar steeds kwam hij toch weer boven water.
Als jonge man moest hij de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog aan diverse fronten meemaken. Daarna wordt hij uiteindelijk toegelaten aan de kunstacademie, maar zijn vernieuwende experimenten werden niet op prijs gesteld. Hij raakte in contact met andere moderne kunstenaars, die in de Republiek van Weimar (1918-1933) de nodige kansen kregen. Vanaf deze tijd ontwikkelde hij zijn ‘Faltungen’ (vouwen): scherp gevouwen abstracte metaalkunstwerken. De nazi’s veroordeelden zijn kunst en hij moest zijn brood verdienen met ideologische getinte wandschilderingen voor openbare gebouwen. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd zijn huis en zijn volledige werk verwoest door de vernietigende bombardementen van de Geallieerden op Dresden. Ook in de DDR werd abstracte kunst verboden en zijn werk viel in ongenade. Zijn brood verdiende hij opnieuw met propagandistische wandschilderingen, maar faltungen bleef hij maken. Eind jaren zestig veranderde het klimaat in de DDR enigszins en volgde rehabilitatie van zijn abstracte werk. In 1977 mocht zijn werk de DDR vertegenwoordigen op de Dokumenta IV in Kassel!
Heel veel geluk had Glöckner niet, maar één geluk had hij wel. Hij werd oud genoeg om de erkenning van zijn werk nog jarenlang te beleven.



